Starten en groeien in de horeca: Welke vergunningen heb je nodig?

Auteur: Eefje Ruiter en Alex prascevic
Starten en groeien in de horeca: Welke vergunningen heb je nodig?

In een eerdere bijdrage hebben wij al eens aandacht besteed aan een aantal onderwerpen die aandacht behoeven bij een overname van een horecabedrijf. Wat daarbij niet aan de orde is gekomen, is de vraag welke (horeca-)vergunningen je nodig hebt om een horecabedrijf te kunnen starten. In het oerwoud van wetten en regels is het voor ondernemers niet altijd even duidelijk welke vergunningen nodig zijn en waar je daarbij op moet letten. Reden genoeg dus voor ons om hier in deze bijdrage nader op in te gaan.

Dit zullen we doen aan de hand van een voorbeeld uit onze praktijk, waarbij ons door een startend ondernemer precies deze vraag werd gesteld. De ondernemer in kwestie had een al bestaand eetcafé overgenomen en voordat hij de deuren van zijn horecabedrijf opende voor het publiek, wilde hij in het pand een verbouwing uit laten voeren. Welke vergunningen zijn daarvoor nodig?

Alcoholvergunning

Allereerst zal gekeken moeten worden of een alcoholvergunning vereist is. De Alcoholwet (opvolger van de Drank- en Horecawet) bepaalt kortgezegd dat het verboden is om een horecabedrijf waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht, te exploiteren zonder alcoholvergunning. Wat wordt hier verstaan onder een ‘horecabedrijf’? Kortgezegd is dat de activiteit van het tegen betaling verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatste. Veel horecabedrijven vallen onder deze definitie en ook voor het eetcafé uit ons voorbeeld is een alcoholvergunning vereist.

Omdat het in ons voorbeeld gaat om de overname van een bestaand horecabedrijf (dat al over een alcoholvergunning beschikt), moet vervolgens gekeken worden of de bestaande vergunning overgenomen kan worden. Daarbij geldt dat een alcoholvergunning in beginsel niet gebonden is aan een geldigheidsduur. Dit betekent dat zolang er niets verandert aan het horecabedrijf, de vergunning gewoon geldig blijft. Wel kan een vergunning vervallen of worden ingetrokken. Een vergunning vervalt in ieder geval op het moment dat de eigenaar wijzigt als gevolg van verkoop van de onderneming (zoals in ons voorbeeld). De vergunning is namelijk persoons- en ook pandgebonden. De vergunning kan daarom niet aan de opvolgend ondernemer worden overgedragen, wat betekent dat er een nieuwe aanvraag moet worden gedaan.

Bij het aanvragen van een alcoholvergunning is het vervolgens van belang dat het horecapand aan bepaalde bouwkundige eisen voldoet. Tot de invoering van de Alcoholwet stonden deze eisen niet alleen in het Bouwbesluit, maar ook in de Drank en Horecawet zelf. De Drank en Horecawet bepaalde onder meer dat er een minimale plafondhoogte diende te zijn en er tenminste twee van elkaar gescheiden toiletgelegenheden in de horecazaak aanwezig moeten zijn. Met de invoering van Alcoholwet is dit grotendeels losgelaten. De Alcoholwet bevat, behoudens een minimale vloeroppervlakte van 35 m², geen bouwkundige eisen meer. Voor wat betreft bouwkundige inrichtingseisen voor horecalokaliteiten wordt alleen nog getoetst aan de eisen in het Bouwbesluit. Deze wijziging heeft onder andere met zich meegebracht dat het duidelijker is geworden aan welke bouwkundige eisen een horecapand dient te voldoen.

Verder is het goed te weten dat indien er alcoholhoudende dranken worden verstrekt, er altijd een ‘leidinggevende’ aanwezig dient te zijn. De Alcoholwet stelt eisen aan de leidinggevenden die op de alcoholvergunning worden vermeld. Zo mogen de leidinggevenden niet onder curatele staan, ze mogen niet van slecht levensgedrag zijn en moeten de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt. Bovendien dient de leidinggevende te beschikken over een Verklaring Sociale Hygiëne. Daarmee kan aangetoond worden dat je als leidinggevende over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne beschikt.

Met name de eis dat geen sprake mag zijn van slecht levensgedrag levert regelmatig discussie op, nu dit niet – zoals bij de leeftijdseis – een puur objectieve toets is. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van slecht levensgedrag wordt voornamelijk gekeken of sprake is van bepaalde strafrechtelijke veroordelingen, zoals genoemd in het Alcoholbesluit. Gemeenten mogen echter ook andere overtredingen en misdrijven ten grondslag leggen aan de beoordeling van slecht levensgedrag. In dat geval zal een gemeente dit wel goed moeten motiveren.

De alcoholvergunning – tot slot - is een zogenaamde ‘gebonden beschikking’. Dit houdt in dat de vergunning verleend moet worden als de aanvraag niet in strijd is met een van de in de Alcoholwet opgenomen weigeringsgronden. Andersom betekent het ook dat de vergunning geweigerd moet worden als één van die weigeringsgronden zich wel voordoet. Er is dus in principe geen beleidsvrijheid voor de gemeente om een belangenafweging te doen. Dit brengt met zich mee dat een alcoholvergunning dus verleend moet worden, ook al is bijvoorbeeld de exploitatie van een horecabedrijf in strijd het bestemmingsplan. Het verkrijgen van een alcoholvergunning betekent dan ook niet automatisch dat de exploitatie conform het bestemmingsplan is.

Naast een alcoholvergunning, die de ondernemer uit ons voorbeeld hoe dan ook heeft aan te vragen, zijn er vaak – afhankelijk van de gemeente waar je bedrijf gevestigd is – nog andere vergunningen nodig.

Exploitatievergunning

In de meeste gemeenten in Nederland heb je, als je een horecabedrijf wil starten, een exploitatievergunning horecabedrijf nodig. Antwoord op de vraag of dat in jouw gemeente ook het geval is, vind je in de Algemene Plaatselijke Verordening (‘APV’). De APV bevat gemeentelijke regels op het gebied van openbare orde en veiligheid. De verplichting tot het hebben van een exploitatievergunning dient dan ook als bescherming van de openbare orde en veiligheid, maar ook van het woon- en leefklimaat in de omgeving van jouw horecabedrijf. Vergunningvoorwaarden kunnen betrekking hebben op bijvoorbeeld beveiliging, openingstijden en deurbeleid.

De aanvraag voor het verkrijgen van een exploitatievergunning moet een omschrijving bevatten van de feitelijke exploitatie. Wordt bijvoorbeeld een vergunning voor – in lijn met ons voorbeeld - een eetcafé aangevraagd, terwijl er feitelijk sprake is van andere activiteiten, dan kan dit voor de gemeente reden zijn de vergunning te weigeren of later in te trekken. Van belang hierbij is dat de aangevraagde exploitatie in overeenstemming met de geldende bestemming dient te zijn. Is dat niet het geval, dan kan dit tot een weigering van de vergunning leiden. 

Terrasvergunning

In een aantal gemeenten in Nederland is voor het voeren van een terras op grond van de APV een terrasvergunning nodig. Dit kan ook vereist zijn als het terras niet op de openbare weg, maar op eigen grond staat. De gemeente kan eisen stellen aan een terras, bijvoorbeeld ten aanzien van afmetingen, situering en veiligheid. Het eetcafé uit ons voorbeeld is gevestigd in een gemeente waar een terrasvergunning niet is vereist. Wel dient het terras vermeld te staan op de alcoholvergunning, anders is schenken op het terras niet toegestaan.

Gemeenten hanteren tot slot vaak beleid ten behoeve van het wel of niet vergunnen van terrassen. Dit beleid wordt over het algemeen met regelmaat herzien door gemeenten. Je doet er als horecaondernemer dan ook goed aan om je tijdig op de hoogte te (laten) stellen van aanpassingen of vernieuwing van het beleid, zodat je op dat moment je belangen naar voren kan brengen.

Omgevingsvergunning bouwen

De ondernemer uit ons voorbeeld wil – zoals aangegeven – het eetcafé verbouwen. In de regel dien je voor een verbouwing, maar ook voor een aanpassing, wijziging of uitbreiding van een bouwwerk, over een omgevingsvergunning voor bouwen te beschikken. In sommige gevallen is een omgevingsvergunning niet nodig. Bijvoorbeeld voor het uitvoeren van gewoon periodiek onderhoud, zolang detaillering, profilering en vormgeving van het bouwwerk niet wijzigen. Duidelijk is dat de verbouwing van het eetcafé uit ons voorbeeld dermate omvangrijk is, dat een omgevingsvergunning vereist is.

Een omgevingsvergunning voor bouwen mag in het algemeen slechts geweigerd als sprake is van strijd met de wet of met de redelijke eis van welstand. Vindt de verbouwing plaats in een monument, dan is het ontbreken van een monumentenvergunning ook nog een weigeringsgrond. Bij dit alles geldt als overkoepelende voorwaarde dat de aanvraag in overeenstemming dient te zijn met het bestemmingsplan. Is sprake van strijd met het bestemmingsplan (en kan geen vrijstelling worden verleend), dan zal de vergunning worden geweigerd.

In dit kader is het goed te realiseren dat je als huurder in de regel zelf verantwoordelijk bent om na te gaan of de gehuurde ruimte geschikt is, of geschikt gemaakt kan worden, voor het beoogde gebruik. Mocht de gehuurde ruimte op grond van het bestemmingsplan niet als zodanig mogen worden gebruikt, dan doet dit niet af aan de plicht om huur aan de verhuurder te betalen. Er ligt op dit vlak in beginsel geen verantwoordelijkheid bij de verhuurder. Ga dus altijd na of eventuele verbouwingsplannen niet in strijd zijn met het bestemmingsplan.

Gebruiksmelding

Ga je een horecapand in gebruik nemen waar meer dan vijftig personen gelijktijdig aanwezig kunnen zijn, dan is het nodig een gebruiksmelding te doen. In de gebruiksmelding dient aangegeven te worden dat het pand in gebruik zal worden genomen, voor hoeveel personen en op welke wijze dit zal gebeuren. De gebruiksmelding is – overigens net als de omgevingsvergunning - zaakgebonden. Dit wil zeggen dat een nieuwe gebruiker die de oude wijze van gebruik voortzet niet opnieuw een melding hoeft te doen. Dit is anders als het gaat om gewijzigd gebruik, aanpassingen in het gebruik van een pand of – zoals in ons voorbeeld – het pand wordt verbouwd. In dat geval dient wel een nieuwe melding gedaan te worden.

Melding milieuplicht activiteitenbesluit

Horecabedrijven, en dus ook het eetcafé uit ons voorbeeld, vallen onder de milieuwetgeving. Een milieuvergunning hoeven de meeste horecabedrijven echter niet aan te vragen. Een melding op grond van het Activiteitenbesluit is voldoende. Een dergelijke melding moet je doen op het moment dat je een horecabedrijf nieuw start of een bestaande locatie overneemt met een ander soort bedrijfsvoering. Neem je dus een bestaande locatie over en handhaaf je de bestaande bedrijfsvoering, waar in ons voorbeeld sprake van is, dan is het niet nodig een nieuwe melding te doen. Een melding is namelijk zaaksgebonden.

Conclusie

Geeft dit artikel een volledige opsomming van alle vergunningen en meldingen waar je als startend horecaondernemer mee te maken krijgt? Helaas niet. Hoewel dit wel de meest voorkomende zijn, is die opsomming niet in alle gevallen volledig. Het antwoord op de vraag welke vergunningen je nodig hebt is namelijk ook afhankelijk van de gemeente waarin je horecabedrijf gevestigd is. Daarnaast zijn ook de activiteiten die je met het bedrijf verricht van belang. Heb je bijvoorbeeld de behoefte om gokautomaten in je horecazaak te plaatsen, dan dien je op grond van de Wet op de Kansspelen ook nog in het bezit te zijn van een specifieke speelautomatenvergunning. Daarnaast zal de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 ook nog de nodige wijzigingen tot gevolg hebben. In een latere bijdrage komen wij hier nog op terug.

Heb je dus plannen om een horecabedrijf te starten of over te nemen, laat je goed voorlichten. De gemeente heeft hier in de regel een ondernemersloket voor beschikbaar. Daarnaast is advisering - al dan niet op de achtergrond - van een juridisch expert meestal geen overbodige luxe.

LOFF Advocaten is specialist in de horecabranche en staat horecapartijen, zoals horecaondernemers, leveranciers en (ver)huurders, veelvuldig bij. Voor meer info: www.loffadvocaten.nl

Overig nieuws